1. Hoe bepaal je de waarde van je bedrijf en waar moet je op letten bij een aan- of verkoop?

Als u uw bedrijf wilt verkopen of juist gaat kopen, is de belangrijkste vraag: hoeveel is de onderneming waard? Of beter gezegd: hoeveel is de onderneming u waard? Het bepalen van de uiteindelijke (ver)koopprijs is een grotendeels subjectief onderhandelingsproces, maar dat betekent niet dat het een kwestie is van ‘wat de gek ervoor geeft’. Integendeel, er zijn verschillende manieren om de waarde van een bedrijf te bepalen. Maar ook als de waarde van een bedrijf is bepaald wil dat nog niet zeggen dat dit ook de koop- of verkoopprijs vertegenwoordigt. Die kan om allerlei redenen afwijken van die bedrijfswaardering.

De juiste methode voor een bedrijfswaardering
Er zijn verschillende manieren waarop u de waarde van een bedrijf kunt bepalen. Er bestaat niet een in beton gegoten methode en dat moet u continu in het achterhoofd houden wanneer een bedrijfswaarderingsproces gaande is. Dat betekent overigens niet dat u daarom zelf met een natte vinger kunt zwaaien en een waarde kunt toekennen, maar het is van belang u te realiseren dat er verschillende methoden zijn.

Wanneer u een onderneming laat waarderen zult u hier meestal een specialistische partij bij betrekken of afhankelijk zijn van de kennis van in-house specialisten. Het is onmogelijk die specialistische kennis in korte tijd op te doen, maar u kunt wel kritisch meekijken naar de methodologische keuzes die zij maken. Wat is het verhaal achter deze keuzes? Waarom kiest men voor 6 keer de EBITDA bijvoorbeeld, en niet 5,3 keer? Een goede expert is in staat die keuzes uit te leggen. Wanneer u een rapport krijgt waarin geen uitleg is opgenomen over de gekozen manier van bedrijfswaardering is dat een reden om uiterst kritisch te zijn. Methodologische keuzes hebben misschien wel de grootste impact op de uiteindelijke waardering van een bedrijf en mogen niet lichtzinnig worden gekozen ‘omdat we het altijd zo doen’.

Houd bovendien ook goed in de gaten welke informatie wordt gebruikt om de waarde te bepalen. Vaak wordt verantwoordingsinformatie klakkeloos gebruikt als waarderingsinformatie, terwijl deze er in veel gevallen niet voor gebruikt zou moeten worden. Onthoud dat elk bedrijf een uniek construct is en dat het moeilijk is om de waarde ervan uit te drukken via algemene standaarden. De gekozen methode moet dus te allen tijde uitlegbaar zijn.

Waarde en prijs zijn niet hetzelfde
Het bepalen van de waarde van een bedrijf is afhankelijk van de gekozen methode en kan dus verschillen. Maar het geeft op zijn minst een belangrijke indicatie over wat de waarde is die een bedrijf vertegenwoordigd. Bij het bepalen van de waardering wordt bij een goede methode vooral gekeken naar de economische waarde van een bedrijf in de toekomst: het geld dat er naar verwachting mee verdiend wordt bij ongewijzigde omstandigheden.

De waardebepaling is zogezegd de intrinsieke waarde die een bedrijf representeert. Die hoeft niet hetzelfde te zijn – en is dat ook vaak niet – als de uiteindelijke verkoopprijs. Bij het bepalen daarvan kunnen namelijk hele andere factoren meespelen. Wanneer de aankopende partij grote kansen ziet om er een nieuwe markt mee te kunnen betreden, kan dit betekenen dat de prijs die men bereid is te betalen voor het bedrijf veel hoger ligt dan de waarde zoals die is berekend.

Andersom kunnen er ook redenen zijn die ervoor zorgen dat de verkopende partij zo snel mogelijk van een bedrijf af wil en dat kan de verkoopprijs drukken. Neem de waarde van een bedrijf dus als uitgangspunt, maar staar u er ook niet blind op. Voor een goedlopend bedrijf moet doorgaans relatief meer (boven de waarde) worden betaald dan voor een bedrijf waar het minder loopt. Verdiep u dus altijd in de intenties van de partij met wie u zaken doet om te bepalen wat voor invloed dit op de prijs heeft.

Bereid een waardering en verkoopproces goed voor
Kenners zeggen wel eens dat een bedrijf vier tot vijf jaar nodig heeft om zich goed voor te bereiden op een overname. Om een correcte waardebepaling te kunnen maken is er veel informatie nodig en op het moment dat de waardering voor een bedrijf wordt gemaakt moeten die gegevens voorhanden en up-to-date zijn. Bij veel bedrijven vergt het enige tijd om die administratieve zaken goed op orde te brengen. U kunt uw bedrijf verkoopklaar maken. Ga wel vooral door met ondernemen, ook al bent u van plan op korte tijd te verkopen. Stilstaan is vaak achteruitgang. Dus blijf investeren, acquireren en controle over de organisatie behouden.

Bovendien spelen er allerlei factoren mee bij de uiteindelijke prijsbepaling van een overname of fusie. Hoeveel vreemd en eigen vermogen zit er bijvoorbeeld in? Alleen al deze variabele kan flinke gevolgen hebben voor de uiteindelijke waardering van een bedrijf (deels afhankelijk van de gekozen methode uiteraard). Wie een waardering tijdig voorbereidt heeft mogelijkheden om veranderingen in de verhouding vreemd/eigen vermogen aan te brengen en daarmee de waarde te verhogen.

Ook andere strategische keuzes kunnen de verkoop van een bedrijf bespoedigen. Denk bijvoorbeeld aan de structuur waarin het bedrijf dat gewaardeerd moet worden is opgebouwd. Zit alles in één BV of is er sprake van een holdingstructuur waarin het vastgoed bijvoorbeeld apart is gezet? Dit zijn zaken die u bij een grondige voorbereiding kunt wijzigen en die de aantrekkelijkheid voor een koper enorm kunnen verbeteren. Bovendien zit er bij een herstructurering altijd een fiscaal aspect dat het noodzakelijk maakt een aantal jaren voor de verkoop te handelen.

Kijk verder dan de boeken en laat specialisten due diligence onderzoek uitvoeren
Een controle van de financiële boekhouding is een noodzakelijkheid bij het bepalen van de waarde van een bedrijf. Maar er zijn meer zaken die de waarde en de prijs die voor een onderneming betaald moet worden beïnvloeden. Staar u dus niet blind op de balans en resultatenrekening. Een due diligence (letterlijke betekenis: ‘de verschuldigde inzet’) onderzoek kan alle facetten van het succes van een onderneming omvatten en gaat verder dan een regulier financieel advies.

Denk bijvoorbeeld aan de technische aspecten die een rol bij de waardering kunnen spelen: voldoen de vrachtwagens aan de milieunormen die over drie jaar gelden, of moeten die dan onverwacht worden vervangen? Is technische apparatuur nog up-to-date voor de plannen die u met het bedrijf heeft?

Maar ook op fiscaal en juridisch gebied kunnen grote verrassingen zitten die bij zowel aan- als verkoop een grote rol kunnen spelen. Zijn tax-shields waarmee rekening wordt gehouden bijvoorbeeld wel toekomstbestendig, en kan de veronderstelde fiscale synergie wel worden bereikt? Op welke wijze spelen post-acquisitiekosten een rol bij de waardering van het bedrijf? Liggen die bij de aankopende of verkopende partij?

Een ander belangrijk aspect is dat van cultuur. Fusies en overnames van een bedrijf kunnen er op papier soms geweldig uitzien, maar als de cultuur binnen de bedrijven (te) sterk verschilt wordt een succesvolle integratie een groot probleem. Het is moeilijk te voorspellen hoe groot deze gevolgen zijn, maar veel mislukte overnames worden hier aan toegeschreven. Over het algemeen geldt het adagium ‘twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen’, dus de risico’s nemen toe wanneer bedrijven met totaal andere culturen fuseren. En de omvang van risico’s hebben invloed op de prijs van een bedrijf.

Het blijft mensenwerk
De aan- of verkoop van een onderneming is een ingrijpend traject waarbij mensen vaak persoonlijk en emotioneel betrokken zijn. De drang om u tot in de details te bemoeien met een bedrijfswaardering en onderhandelingsproces is groot en vaak is onderling vertrouwen belangrijk om een proces goed te laten verlopen.

Bij fusies en overnames geldt altijd dat de verkoper de prijs omhoog wil duwen en de potentiële koper(s) hem juist omlaag wil(len) hebben. Houd er dus rekening mee dat een onderhandelingsproces onderlinge verhoudingen op zijn kop kan zetten. Uiteindelijk moet een overname u tot op zekere hoogte ook gegund worden. Het kan verstandig zijn om dealmakers in te schakelen om de ‘bad guy’ te spelen bij onderhandelingen die ook de schuld op zich kunnen nemen als de onderlinge verhoudingen op scherp worden gezet. Bedenk welke rol u voor uzelf ziet weggelegd in het proces.

De meest voor de hand liggende tip is om altijd het gezond verstand te laten zegevieren. Neem gecalculeerde en geen onnodige risico’s. Probeer nooit koste wat het kost een bedrijf te kopen of verkopen, want daardoor wordt het onderhandelingsproces enorm beïnvloed. Soms kan juist het afbreken van onderhandelingen of het afzien van een (ver)koop de beste beslissing zijn. Ongeacht de waarde van het bedrijf en de prijs die ervoor betaald moet worden.

Bedenk bovendien dat maar liefst 65 tot 85 procent van de overnames mislukt in de zin dat er geen waarde wordt gecreëerd. Als beide partijen er financieel niets mee opschieten is het zonde van de tijd en de energie die is gestoken in het proces van waarderen en onderhandelen. Volgens deskundigen komen veel overnames tot stand om psychologische in plaats van economische redenen: als een bedrijf een overname doet, wil de concurrent niet achterblijven.


2. Wat gebeurt er met de BOR door afschaffing Pensioen in eigen beheer?

Het opbouwen van pensioen in eigen beheer is niet meer mogelijk. Stel dat er pensioen in eigen beheer in de bv zit, dan kan afkoop of omzetting van het pensioen in eigen beheer direct gevolgen hebben voor de bedrijfsopvolgingsregeling.

De dga moet, nu pensioenopbouw in eigen beheer niet meer kan, kiezen uit drie mogelijkheden. Hij kan zijn bestaande pensioen laten staan, afkopen of omzetten in een oudedagsverplichting.

Gevolgen BOR
Wanneer de dga kiest voor omzetting in een oudedagsverplichting of afkopen van het pensioen in eigen beheer, heeft dat gevolgen voor de bedrijfsopvolgingsregeling. Hoe zit dat?

Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten
Bij het schenken of erven van aandelen zijn er, naast de uitstelfaciliteit voor de betaling van de belasting in 10 jaar, twee bedrijfsopvolgingsfaciliteiten.

  1. de doorschuiving van de aanmerkelijkbelangclaim (ab-claim) en
  2. de vrijstellingen voor de schenk- of erfbelasting.

Door deze twee bedrijfsopvolgingsfaciliteiten hoeft u over een bepaald bedrag geen belasting te betalen.

Bij de ab-claim is dat om te beginnen uitstel van belastingheffing van 25% over de waarde van de aandelen minus de verkrijgingsprijs. Bij de vrijstelling voor de schenk- en erfbelasting is een vrijstelling van 100% over de waarde van de verkrijging tot € 1 miljoen en een vrijstelling van 83% boven het miljoen.

Wat gebeurt er nu als het pensioen in eigen beheer wordt afgekocht of wordt omgezet in een oudedagsverplichting?

Toename eigen vermogen
Door de afkoop van het pensioen verdwijnt de verplichting van de balans en stijgt het eigen vermogen. Dit komt doordat de fiscale waarde aanzienlijk lager is dan de commerciële waarde. Ditzelfde geldt bij de omzetting van het pensioen in een oudedagsvoorziening.

Op deze hogere waarde van de aandelen zijn de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten niet van toepassing, omdat het als beleggingsvermogen binnen de bv is aan te merken. De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten hebben namelijk alleen betrekking op ondernemingsvermogen. Houd u het pensioen in stand, dan heeft het geen directe gevolgen voor het eigen vermogen.

Tot slot
Uw keuze in het kader van pensioen in eigen beheer kan directe fiscale gevolgen hebben voor andere beslissingen. Bent u voornemens aandelen te schenken, laat u dan goed adviseren.


3. Biedt u uw kinderen vakantiewerk op uw bedrijf?

Uw schoolgaande of studerende kinderen hebben vakantie. Misschien is het een idee om ze in uw bedrijf te laten meewerken en zo een leuk zakcentje te laten verdienen. Met welke fiscale en andere regels hebben zij en u dan te maken?

Echte dienstbetrekking?
Allereerst is van belang of er een echte dienstbetrekking is. Dat is meestal niet zo, omdat voor uw kind waarschijnlijk wat soepeler arbeidsvoorwaarden gelden omdat de familierelatie overheerst. In dat geval hoeft u geen premies werknemersverzekering te betalen, maar is uw kind dus ook niet verzekerd. Loonheffing moet u wel altijd inhouden.

Bruto = netto?
Als uw kind maar een paar weken tijdens de vakantie meewerkt, stelt de af te dragen belasting ook weinig voor. Dit komt omdat iedereen recht heeft op de algemene heffingskorting. Voor lagere inkomens bedraagt deze dit jaar € 2.254. In de praktijk betekent dit dat tot een inkomen van ruim € 6.000 geen belasting hoeft te worden betaald en de bruto verdiensten dus netto zijn.

Direct profijt
Uw kind kan hiervan direct profiteren via de scholieren- en studentenregeling. Er gelden wel aanvullende voorwaarden en er moet een formulier voor worden ingevuld. U kunt op het loon dan de kwartaaltabel toepassen, waardoor u waarschijnlijk geen loonheffing hoeft in te houden.

Let op!
Is er meer loonheffing ingehouden dan uw kind per saldo verschuldigd is, dan krijgt hij dit in ieder geval het jaar erop terug door aangifte te doen.

Kostenvergoeding
Een aantal kosten kunt u voor uw werknemers onbelast vergoeden, zoals die van het woon-werkverkeer of zakelijke maaltijden, bijvoorbeeld op koopavond. Deze regels gelden ook voor meewerkende kinderen.

Let op!
Onder het oude stelsel van studiefinanciering voor hbo en universiteit mag je maximaal € 14.215,75 bijverdienen. Die geldt ook als je alleen nog een studentenreisproduct hebt.


4. Belangrijke wijzigingen in de Arbowet per 1 juli 2017

Per 1 juli 2017 is de Arbowet gewijzigd. Werkgevers en werknemers worden meer betrokken bij de arbodienstverlening, de preventie in de onderneming en de randvoorwaarden voor het handelen van de bedrijfsarts. De belangrijkste wijzigingen hebben we voor u op een rij gezet.

Directe toegang
Elke werknemer moet bij de bedrijfsarts terechtkunnen. Daarom geldt vanaf 1 juli 2017 directe toegang tot een open spreekuur bij de bedrijfsarts. Ook krijgt iedere werknemer recht op een second opinion van een andere bedrijfsarts op kosten van de werkgever. De bedrijfsarts krijgt bovendien het recht om elke werkplek te bezoeken en zijn adviesrol wordt verduidelijkt. De bedrijfsarts werkt nauw samen met de preventiemedewerker en de OR, personeelsvertegenwoordiging of belanghebbende werknemers en krijgt meer adviserende taken.

Basiscontract arbodienstverlening
Er gaan minimumeisen gelden voor het basiscontract met een arbodienst. Nu is er nog een grote diversiteit aan contracten tussen arbodienstverleners en werkgevers, met als gevolg onvolledige contracten of contracten met weinig voorzieningen. Dat kan weer leiden tot ontoereikende arbozorg.

Het basiscontract biedt voor alle betrokken partijen duidelijkheid en daardoor meer bescherming aan werknemers. Voor de werkgever is het duidelijk bij welke taken hij zich in ieder geval moet laten ondersteunen, bedrijfsartsen en arbodienstverleners kunnen op professionele wijze hun werk doen en er is meer aandacht voor preventie en de kwaliteit van de arbodienstverlening.

Sterkere positie preventiemedewerker
De OR krijgt instemmingsrecht bij de keuze van de preventiemedewerker en diens positie in de organisatie. De preventiemedewerker krijgt een duidelijkere rol, namelijk het adviseren aan en samenwerken met arbodienstverleners en de bedrijfsarts.

Handhaving en toezicht
De Inspectie SZW krijgt ruimere sanctiemogelijkheden. Zo gaat de Inspectie handhaven op de aanwezigheid van het basiscontract. Ook zijn er meer mogelijkheden om sancties op te leggen aan werkgevers, arbodiensten en bedrijfsartsen als de regels niet worden nageleefd.

Overgangsperiode
De nieuwe Arbowetregels gelden per 1 juli 2017. Er is een overgangsperiode van één jaar. Werkgevers en arbodienstverleners hebben tot uiterlijk 1 juli 2018 de tijd om de bestaande contracten en dienstverlening aan te passen aan de nieuwe regels.

Let op!
Op het Arboportaal van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is een digitale toolkit beschikbaar met factsheets, documenten en animaties over de nieuwe Arbowetregels per 1 juli 2017.


5. Op 31 december van dit jaar loopt restschuldregeling eigen woning af

De restschuldregeling eigen woning, die vanaf 29 oktober 2012 geldt, loopt definitief af op 31 december 2017. Een verlenging zit er niet in.

Restschuldregeling
Als de verkoopopbrengst van uw eigen woning onvoldoende is om uw eigenwoningschuld en de verkoopkosten te dekken, blijft u zitten met een restschuld. Als deze restschuld ontstaat in de periode van 29 oktober 2012 tot en met 31 december 2017 mag u de rente over deze restschuld gedurende vijftien jaar na ontstaan van de restschuld in aftrek brengen in box 1. Deze tijdelijke restschuldregeling zal niet worden verlengd. Verkoopt u dus op 1 januari 2018 of later uw woning en houdt u daarbij een restschuld over, dan heeft u voor deze schuld geen recht op renteaftrek.

Let op!
De tijdelijke restschuldregeling is in het leven geroepen als crisismaatregel om de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen. Omdat die doorstroming inmiddels is hersteld, is er volgens staatssecretaris Wiebes van Financiën geen reden om de restschuldregeling te verlengen.


6. ‘MijnOverheid’ is niet vrijblijvend

Als u gebruik maakt van de digitale berichtenbox van MijnOverheid, heeft dit rechtskracht, zo oordeelde de rechter. Vergeet dus niet berichten in uw box tijdig te lezen, anders kunt u onverwacht in de problemen komen.

In MijnOverheid vind u een berichtenbox met uw digitale post. Ook vindt u er een onderdeel met ‘lopende zaken’, waarin u bijvoorbeeld kunt bijhouden hoe ver een aanvraag voor een vergunning is gevorderd. Daarnaast is er een onderdeel dat betrekking heeft op al uw persoonlijke informatie, zoals NAW-gegevens, pensioenopbouw, uitkeringsrechten en dergelijke. Ook de Belastingdienst gebruikt MijnOverheid.nl. Geeft u aan de post van de Belastingdienst digitaal te willen ontvangen, dan krijgt u gedurende twee jaar de post zowel op papier in de brievenbus als digitaal via MijnOverheid. Na deze gewenningsperiode krijgt u het alleen nog digitaal.


7. Maximale betaaltermijn van 60 dagen voor mkb en zelfstandigen

Per 1 juli is het over en uit met betaaltermijnen van langer dan 60 dagen van grote ondernemingen aan kleine leveranciers. Standaard geldt een betaaltermijn van 30 dagen.
Grote ondernemingen kunnen vanaf 1 juli geen langere betaaltermijn dan 60 dagen overeenkomen met mkb-ondernemingen en zelfstandige ondernemers. Wordt er in de overeenkomst met een kleine leverancier toch een langere termijn van betaling overeengekomen, dan wordt dit nietig verklaard. Na de 30 dagen is de afnemer wettelijke handelsrente verschuldigd over de termijnoverschrijding. Gaat de grote onderneming over de betaaltermijn van 60 dagen heen, dan gaat deze termijn automatisch terug naar 30 dagen.

Let op!
De maximale betaaltermijn van 60 dagen gaat in op 1 juli 2017. Voor bestaande overeenkomsten is er een overgangstermijn van 1 jaar.

CONTACT

Laat hier een bericht achter. We nemen zo spoedig mogelijk contact met u op!

Not readable? Change text. captcha txt