1. Het regeerakkoord en de 5 belangrijkste gevolgen voor het arbeidsrecht

Nieuwe bazen nieuwe wetten wordt wel eens een gezegd. Betekent dit dat de nieuwe regering het arbeidsrecht, dat in 2015 ingrijpend is veranderd, nu weer drastisch gaat aanpassen? Ja en nee. Ja, er gaat weer wat veranderen. En nee, niet zo ingrijpend als in 2015. Het doel van de veranderingen blijft dat vast werk minder vast wordt en flexwerk minder flex. Wat zijn de grootste wijzigingen?

  1. Ketenregeling weer naar 3 jaar
    De mogelijkheid wordt hersteld om in 3 jaar maximaal 3 tijdelijke contracten aan te gaan. Dat was in 2015 onder de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) teruggebracht naar 2 jaar.
  2. Langere proeftijd
    De proeftijd voor een contract voor onbepaalde tijd wordt 5 maanden en voor een tijdelijk contract van 2 jaar of langer 3 maanden. Voor beide contracten geldt nu nog een proeftijd van 2 maanden. Voor een tijdelijk contract korter dan 2 jaar blijft de proeftijd 1 maand. Tot slot blijft het niet toegestaan om een proeftijd op te nemen in een tijdelijk contract van 6 maanden of korter.
  3. Wijziging transitievergoeding
    De transitievergoeding wijzigt op verschillende punten. Ten eerste start de opbouw straks vanaf het moment van indiensttreding. Dat is nu pas vanaf 2 jaar dienstverband. Daar staat tegenover dat de dienstjaren na 10 jaar dienstverband voortaan maar voor 1/3 maandsalaris per dienstjaar meetellen in plaats van 1/2 maandsalaris. Ten tweede mogen straks de kosten, verbonden aan scholing binnen de eigen organisatie gericht op een andere functie, ook in mindering worden gebracht op de transitievergoeding. Ten derde worden de criteria voor werkgevers met minder dan 25 werknemers om in aanmerking te komen voor de overbruggingsregeling transitievergoeding soepeler. Die zijn nu zo streng dat bijna geen enkele werkgever daarvoor in aanmerking komt.
  4. Loondoorbetaling bij ziekte naar 1 jaar
    Voor werkgevers tot 25 werknemers wordt de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte teruggebracht van 2 jaar naar 1 jaar.
  5. ZZP’er
    De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) heeft voor veel verwarring gezorgd en wordt daarom tot 1 juli 2018 alleen in uitzonderlijke gevallen gehandhaafd. In een nieuwe wet wordt een driedeling gemaakt tussen de onderkant van de markt, de bovenkant en het middensegment. Aan de onderkant zal altijd sprake zijn van een arbeidsovereenkomst als er langdurig (langer dan 3 maanden) tegen een laag uurtarief (€ 15 à € 18 p/uur) wordt gewerkt. Indien een ZZP’er kortdurend (max. 1 jaar) tegen een hoog tarief (vanaf € 75 p/uur) werkt, dan kan hij de toepassing van loonbelasting en werknemersverzekeringen uitsluiten. Voor het segment dat hier tussen ligt komt een opdrachtgeversverklaring die via een webmodule is aan te vragen. Met deze verklaring heeft de opdrachtgever vooraf zekerheid dat er geen loonbelasting en werknemersverzekeringen van toepassing zijn. Dit laatste lijkt op de oude situatie met de VAR, maar dan voor de opdrachtgever in plaats van de opdrachtnemer.

Het gaat hier om voornemens van de coalitiepartijen. Deze maatregelen moeten nog in wetsvoorstellen gegoten worden. Daarna gaan ze door de 2e en 1e Kamer. Tijdens dit proces kunnen de voorstellen nog veranderen. Het is dus nog niet zeker of deze maatregelen uiteindelijk wet worden en zo ja, wanneer ze worden ingevoerd.


2. Wie heeft er voordeel bij de afschaffing van dividendbelasting?

Als we het kabinet moeten geloven is het afschaffen van de dividendbelasting cruciaal voor ons vestigingsklimaat. Volgens de linkerkant van de oppositie geeft het kabinet met deze maatregel daarentegen alleen maar een duur cadeautje aan Wall Street. De deskundigen zijn het er over eens; beide argumenten kloppen niet geheel.

Vestigingsklimaat
Nederland staat internationaal bekend als belastingparadijs. Dat klinkt de gemiddelde MKB-er vreemd in de oren, hoezo belastingparadijs? Ik betaal hier 30 tot 52% belasting over mijn zuurverdiende geld! En ja, dat klopt, de gemiddelde Nederlander betaalt ruimschoots aan de Belastingdienst.

Waarom Nederland voor multinationals toch een belastingparadijs is, zit ‘m enerzijds in de velen internationale verdragen die we hebben waardoor grote wereldwijd opererende concerns in ieder geval geen dubbele belasting betalen en in de afwezigheid van bronheffing over royalty’s en rentes.

In het regeerakkoord waren deze laatste nu net ingevoerd en de dividendbelasting afgeschaft. Deze laatste was voor een aantal multinationals een van de laatste hobbels om zich in Nederland te (blijven) vestigen.

Om zijn punt kracht bij te zetten, gooit Rutte de dividendbelasting op één hoop met de vennootschapsbelasting (vpb). Beide betekenen een financiële aderlating voor de fiscus, van respectievelijk € 1,4 mrd en € 3,3 mrd, maar in hun uitwerking zijn het echt verschillende zaken. Daar waar verlaging van de vpb kan bijdragen aan banen voor gewone Nederlanders, zoals het kabinet-Rutte III ambieert, is dat niet het geval bij het verlagen van de dividendbelasting. Althans geen direct gevolg maar een gevolg van de overige maatregelen.

Maar anders dan de linkse oppositie beweert, zijn het niet de buitenlandse beleggers die het meeste profiteren van de afschaffing van de dividendbelasting. Het is vooral een opsteker voor de staatskas van buitenlandse overheden. Dat werkt zo: de dividendbelasting is een voorheffing, met in Nederland een tarief van nu nog 15%. Dit betekent dat Nederland op alle dividenduitkeringen vanuit Nederland 15% belasting heft. Voor alle in Nederland gevestigde ontvangers van dividend geldt dat deze heffing verrekend kan worden met de inkomstenbelasting. Daarom wordt er door Nederlandse aandeelhouders dus in feite geen dividendbelasting betaald.

Voor buitenlandse aandeelhouders ligt dat anders. Nederland heeft met de meeste landen een belastingverdrag afgesloten. Dat omvangrijke verdragennetwerk is een relevante vestigingsfactor, want in de verdragen is afgesproken dat een buitenlandse belegger die Nederlandse dividendbelasting betaalt, in de meeste gevallen niet nog een keer in eigen land ook dividendbelasting moet afdragen. De Afschaffing van dividendbelasting is een cadeautje voor andere landen. Alleen in landen waar geen dividendbelasting bestaat of waar wel sprake is van dubbele belastingheffing, zal de afschaffing ervan een cadeautje zijn voor de buitenlandse belegger.

Is er dan geen enkele goede reden om de dividendbelasting af te schaffen? Nou, misschien eentje dan: het zou een eind maken aan de huidige juridische complexiteit. De huidige verdragen omtrent dividendbelasting gaan namelijk gepaard met een web van complexe uitzonderingen en bepalingen die kunnen leiden tot veel administratieve rompslomp en juridisch getouwtrek.

De linkse partijen opperen dat er geen enkel voordeel in zit. Ook dit is niet correct, immers moet men de afschaffing zien in het totale geheel, verlaging Vpb en invoering bronheffing op royalty’s en rentes. Deze twee laatste leveren naar verwacht minstens evenveel op dat de afschaffing van de dividendbelasting. Kortom, men kijkt niet naar het totale plaatje en het kabinet laat na dit totale plaatje te schetsen.


3. Nieuwe zzp-wet vervangt Wet DBA!

Het nieuwe kabinet wil af van de Wet DBA. Deze in 2016 ingevoerde wet ter vervanging van de VAR (Verklaring arbeidsrelatie) zorgt voor teveel onzekerheid en onrust onder zzp’ers en hun opdrachtgevers. In plaats daarvan komt er een nieuwe wet die opdrachtgevers en echte zzp’ers de zekerheid geeft dat geen sprake is van een dienstbetrekking. In de tussentijd blijft de handhaving van de Wet DBA opgeschort.

Van DBA naar nieuwe wet
Het nieuwe kabinet heeft dit plan voor een nieuwe ‘zzp-wet’ aangekondigd in het op dinsdag 10 oktober 2017 gepresenteerde regeerakkoord. Het plan moet dus nog verder worden uitgewerkt in een wetsvoorstel. De hoofdlijnen zijn al wel bekend. Het kabinet heeft drie categorieën van zzp’ers voor ogen:

  1. De zelfstandige die werkt tegen een laag tarief in combinatie met een overeenkomst van langer dan drie maanden dan wel in combinatie met het verrichten van reguliere werkzaamheden. In dat geval is altijd sprake van een arbeidsovereenkomst. Een laag tarief zal ergens liggen tussen de € 15 en € 18 per uur.
  2. De zelfstandige die werkt tegen een hoog tarief van meer dan € 75 per uur in combinatie met een overeenkomst korter dan één jaar dan wel in combinatie met het niet verrichten van reguliere werkzaamheden. Het kabinet biedt in dit geval een ‘opt out’. Dat wil zeggen dat de zzp’er en zijn opdrachtgever met elkaar overeenkomen dat er geen loonheffingen worden ingehouden.
  3. De zelfstandige die tussen het lage en hoge uurtarief in zit. Het kabinet wil hiervoor een ‘opdrachtgeversverklaring’ invoeren. Voor die verklaring moet de opdrachtgever een aantal duidelijke vragen beantwoorden over de arbeidsrelatie met de zzp’er. Als daaruit komt dat geen sprake is van een dienstverband, dan heeft de opdrachtgever de zekerheid dat hij geen loonbelasting en premies hoeft in te houden en af te dragen. Uiteraard moeten de vragen dan wel naar waarheid zijn beantwoord.

Handhaving opgeschort
Het duurt nog wel even voordat de nieuwe wet kan worden ingevoerd. In het regeerakkoord geeft het nieuwe kabinet aan dat de Belastingdienst tot die tijd niet zal handhaven op de wet DBA. Dat betekent dat de Belastingdienst geen naheffingen, boetes of correctieverplichtingen voor de loonheffingen zal opleggen als achteraf wordt geconstateerd dat toch sprake is van een dienstbetrekking tussen zzp’er en opdrachtgever. Er wordt alleen gehandhaafd bij kwaadwillendheid. Na invoering van de nieuwe wet wordt het niet-handhaven op de Wet DBA geleidelijk afgebouwd. Zo heeft iedereen straks voldoende tijd om te wennen aan nieuwe regels.

Let op!
Het oude kabinet had de handhaving van de Wet DBA opgeschort tot in ieder geval 1 juli 2018. Het nieuwe kabinet schort dit nu verder op.


4. Bv kan betaling afkoopsom pensioen in eigen beheer uitstellen

Heeft u ervoor gekozen om uw pensioen in eigen beheer af te kopen, dan is deze afkoop belast. Wel profiteert u van een belastingkorting. Met de bv kunt u afspreken dat u de afkoopsom niet direct bij afkoop ontvangt, maar op een later moment. Deze uitgestelde betaling betekent echter niet dat uw bv ook pas later de loonheffing over de afkoop moet inhouden en afdragen. Bepalend is namelijk het afkoopmoment en niet het uitbetalingsmoment.

Afkoop met belastingkorting
Nu het niet langer is toegestaan om pensioen in eigen beheer op te bouwen, heeft u de keuzemogelijkheid om u reeds in eigen beheer opgebouwde pensioen in 2017, 2018 of 2019 tegen de fiscale waarde af te kopen. De afkoop is belast, maar u krijgt wel een belastingkorting. In 2017 is dit 34,5%. Er is dan loonheffing verschuldigd over 65,5% van de fiscale waarde van de pensioenaanspraak op 31 december 2015. De waardestijgingen na die datum zijn volledig belast. In 2018 bedraagt de belastingkorting 25% en in 2019 19,5%.
De bv moet over het afkoopbedrag (afkoopwaarde minus de belastingkorting) loonheffing inhouden en afdragen aan de Belastingdienst. Dit afkoopbedrag kwalificeert als loon uit vroegere dienstbetrekking. Bovendien moet uw bv de netto afkoopsom aan u uitbetalen. Dat hoeft niet direct. U kunt afspreken dat u de afkoopsom pas over een paar jaar ontvangt.

Uitgestelde betaling
Die uitgestelde betaling is niet van invloed voor het moment waarop de bv de loonheffing over het afkoopbedrag moet inhouden en afdragen aan de Belastingdienst. Daarvoor telt namelijk het afkoopmoment en niet het moment van uitbetaling. Vindt de afkoop van het pensioen in eigen beheer bijvoorbeeld plaats in december 2017, dan moet op dat moment loonheffing worden ingehouden over het afkoopbedrag. De bv moet de verschuldigde loonheffing dan ook opnemen in de aangifte loonheffing over het loontijdvak december 2017 en afdragen. Dat de bv vervolgens de afkoopsom pas in 2020 aan u uitbetaalt, is daarop dus niet van invloed.


5. Verhoging box 2-tarief: wat betekent dit voor uw dividend?

Het nieuwe kabinet wil het tarief in box 2 verhogen. Keert de bv een dividend aan u uit, dan betaalt u daar vanaf 2020 meer belasting over. Aan de andere kant is uw bv straks minder belasting verschuldigd over de winst. Het kabinet heeft namelijk ook een stapsgewijze tariefsverlaging van de vennootschapsbelasting aangekondigd.

Verhoging box 2
In het onlangs verschenen regeerakkoord kondigde het nieuwe kabinet de verhoging van het box 2-tarief aan. Het huidige tarief van 25% gaat in 2020 omhoog naar 27,3% en vanaf 2021 naar 28,5%. Daarbij moet wel worden aangetekend dat deze stapsgewijze tariefsverhoging nog niet definitief is. Een en ander zal eerst nog wettelijk moeten worden geregeld. Daarnaast wil het kabinet de dividendbelasting afschaffen. Als beide maatregelen doorgaan wat betekent dit dan voor uw portemonnee?

Geen verschil tot 2020
Stel: u ontvangt dit jaar vanuit uw bv een dividend van € 100.000. Uw bv moet over deze uitkering 15% dividendbelasting, oftewel € 15.000, inhouden en afdragen. U ontvangt dus van de bv een netto dividend van € 85.000. In uw aangifte inkomstenbelasting moet u in box 2 het bruto dividend van € 100.000 aangeven. U betaalt daarover 25% belasting, maar u mag de verschuldigde dividendbelasting hiervan aftrekken. Per saldo bent u dus € 10.000 aan belasting verschuldigd (€ 25.000 – € 15.000). Van het dividendbedrag van € 100.000 houdt u dus uiteindelijk een nettobedrag over van € 75.000 (€ 85.000 netto dividend – € 10.000 belasting).

Wordt de dividendbelasting afgeschaft en ontvangt u bijvoorbeeld in 2019 een dividenduitkering van € 100.000, dan houdt u daar netto eveneens € 75.000 aan over. De bv hoeft geen dividendbelasting meer in te houden, maar u bent wel 25% belasting in box 2 over € 100.000 verschuldigd en u kunt in uw aangifte geen bedrag aan dividendbelasting meer verrekenen.

Let op!
Door de afschaffing van de dividendbelasting is er dus niet minder belasting verschuldigd over de door de dga ontvangen dividenduitkering uit de bv. De heffing vindt alleen volledig plaats in de inkomstenbelasting.

Netto minder over vanaf 2020
Keert de bv in 2020 een dividend van € 100.000 aan u uit, dan bent u € 2.300 meer kwijt aan belasting dan nu. In plaats van € 75.000, houdt u dan namelijk een netto bedrag over van € 72.700. In 2021 bent u over dezelfde dividenduitkering zelfs € 3.500 extra aan belasting kwijt.


6. Verhoging transitievergoeding bij ontslag per 2018

Sinds 1 juli 2015 bent u als werkgever een transitievergoeding verschuldigd wanneer een tijdelijke of vaste werknemer ten minste twee jaar bij u in dienst is geweest en zijn arbeidscontract op uw initiatief is beëindigd. De transitievergoeding bent u ook verschuldigd wanneer u een zieke werknemer na twee jaar loondoorbetaling ontslaat.

Maximale vergoeding
De hoogte van de transitievergoeding is afhankelijk van het aantal jaren dat de werknemer in dienst is geweest en het maandsalaris. De vergoeding bedraagt momenteel maximaal € 77.000 bruto, of een jaarsalaris als dat hoger is. Het maximale bedrag van € 77.000 gaat per 1 januari 2018 omhoog naar € 79.000.

Verzachting
Het nieuwe kabinet wil enkele ‘scherpe randen’ aan de verplichte betaling van een transitievergoeding, met name voor mkb-werkgevers, verlichten. Twee initiatieven van het oude kabinet worden daarom doorgezet:

  1. Een compensatie aan de werkgever voor de door hem verschuldigde transitievergoeding bij ontslag van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer.
  2. Geen transitievergoeding bij ontslag om bedrijfseconomische redenen als er een cao-regeling van toepassing is.

Let op!
Het nieuwe kabinet komt nog met een voorstel voor een compensatie van de transitievergoeding als een werkgever zijn bedrijf beëindigt vanwege pensionering of vanwege ziekte.

Verruiming
Het nieuwe kabinet gaat ook de criteria om in aanmerking te komen voor de overbruggingsregeling transitievergoeding voor kleine werkgevers (gemiddeld minder dan 25 werknemers in dienst) verruimen en daarmee vereenvoudigen. Ook zijn er plannen voor het verruimen van de op de transitievergoeding in mindering te brengen scholingskosten. Hierdoor kan straks ook scholing binnen de eigen organisatie gericht op een andere functie, in mindering worden gebracht op de transitievergoeding.

Veranderingen in de opbouw
In het regeerakkoord stelt het nieuwe kabinet tot slot in de opbouw van de transitievergoeding ook twee veranderingen voor:

  1. In plaats van na twee jaar, krijgen werknemers vanaf het begin van hun arbeidsovereenkomst recht op een transitievergoeding.
  2. Voor elk jaar in dienstverband gaat de transitievergoeding 1/3 maandsalaris bedragen, ook voor contractduren langer dan 10 jaar. Nu geldt voor de eerste tien jaar ook 1/3 maandsalaris per dienstjaar, maar na die tien jaar gaat de vergoeding nu nog naar 1/2 maandsalaris per jaar. De overgangsregeling voor 50-plussers blijft gehandhaafd.

7. Hypotheekmogelijkheid wordt verruimd voor tweeverdieners

Tweeverdieners kunnen vanaf 2018 meer geld lenen voor de aankoop van een huis. Dan telt het tweede salaris niet voor 60%, maar voor 70% mee. Het kabinet past het zogenoemde financieringslastpercentage aan. Het financieringslastpercentage bepaalt de maximale hypotheek die iemand kan krijgen. Vanaf volgend jaar gaat bij het vaststellen van dit percentage bij tweeverdieners het tweede inkomen − dit is het inkomen van de minst verdienende partner − voor 70% meetellen. Dat is nu nog 60%. Tweeverdieners kunnen dus in 2018 een ruimere hypotheek krijgen dan nu het geval. Let op: de komende jaren gaat het tweede inkomen geleidelijk voor 100% meetellen.


8. Zelfstandige en bevallen tussen 2005 en 2008? Compensatie!

Bent u zelfstandige en tussen 7 mei 2005 en 4 juni 2008 bevallen, dan heeft u recht op een compensatie. Reden voor deze compensatie is het wegvallen van de zwangerschaps- en bevallingsuitkering voor zelfstandigen in die jaren. Het recht is er voor vrouwelijke zelfstandigen, beroepsbeoefenaren en meewerkende echtgenotes. De compensatie bedraagt 90% van het wettelijk minimumloon 2017 per dag (inclusief vakantiebijslag) en wordt berekend over 80 dagen. Dit komt neer op ongeveer € 5.600 en komt overeen met de gemiddelde zwangerschaps- en bevallingsuitkering die vrouwelijke zelfstandigen in 2017 hebben ontvangen. Let op: het UWV gaat de compensatieregeling uitvoeren. Het aanvragen van compensatie is nu nog niet mogelijk. Zodra het licht op groen staat, zal UWV dit bekendmaken en gaat er een aanvraagperiode gelden van drie maanden. Houd de berichten in de gaten.

CONTACT

Laat hier een bericht achter. We nemen zo spoedig mogelijk contact met u op!

Not readable? Change text. captcha txt